Bericht van Zonmw 

 

Anderhalf jaar experimenteerden 6 pilots met het versterken van de samenwerking tussen verschillende instanties en domeinen. Op uiteenlopende onderwerpen zoals geboortezorg, jeugdbescherming, gezinnen met huiselijk geweld en psychische problematiek (KOPP). 
Het Verwey-Jonker Instituut volgde de pilots en onderzocht wat de samenwerking bevordert of belemmert. En wat het oplevert.

 

Investeren in samenwerking

Samenwerken tussen v-ggz en jeugdhulp gaat niet vanzelf. Management, bestuur en uitvoering moeten samen bepalen waarom ze samenwerken, voor wie en hoe. Daarbij is het belangrijk ruimte te creëren om gezamenlijk te leren. In dit leerproces staat het perspectief van gezinnen en ervaringsdeskundigen centraal. Het is ook van belang om goed uit te zoeken waarom een ouder of kind een probleem heeft en hoe dit samenhangt met het hele gezin. Dit vraagt tijd, terwijl die tijd in de praktijk niet altijd beschikbaar is.

 

Inzicht leidt tot rust

Zowel hulpverleners als ouders zijn positief over de samenwerking. Hulpverleners leren veel van elkaar en kunnen gezinnen beter ondersteunen. Door de brede blik krijgen ze meer inzicht hoe de problemen samenhangen. Gezinnen begrijpen beter waarom ze problemen hebben en staan meer open voor hulp. Het helpt bovendien wanneer er ondersteuning wordt geboden in de opvoeding. Als dat goed verloopt, voelen ouders zich vaak al sterker en zelfverzekerder. Die positieve verandering merken de kinderen ook. Soms is daarna geen verdere hulp meer nodig.

 

Hoe verder?

De pilots zijn succesvol en de betrokkenen willen doorgaan. Maar er moet nog veel gebeuren om de samenwerking overal te borgen en te continueren. Goed samenwerken vraagt om gesprekken tussen financiers, beleidsmakers en organisaties over wat werkt, wie investeert in de samenwerking en wie de vruchten plukt. 

Benieuwd naar de onderzoeksresultaten? Lees hier het rapport en de handreiking met concrete handvatten. voor aanbieders van jeugdhulp en v-ggz om de samenwerking vorm te geven. De resultaten zijn op vrijdag 17 april gepresenteerd op het Voorjaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP).

 

Lees het hele bericht op Zonmw.nl