Erik, voor de leden die jou niet kennen: wie ben je en hoe houd je je bezig met het vak systeemtherapie?
Van oorsprong ben ik kinder- en jeugdpsycholoog en ik werk al een tijd bij de forensische polikliniek De Waag te Amsterdam. Ik werkte een jaar of tien met jeugdige daders van seksueel misbruik en hoewel we altijd in de behandeling wel aandacht hadden voor het gezin, was het in mijn ogen te beperkt systemisch onderbouwd. Daarom ben ik de opleiding tot systeemtherapeut gaan volgen bij het Lorentzhuis in Haarlem waar ik ook mijn scriptie over dit thema heb geschreven.
Het leek alsof er toen nog maar weinig aandacht was voor het werken met het hele systeem bij seksueel misbruik want ik kon weinig literatuur over dit onderwerp vinden. Terwijl seksueel misbruik wel vaak voorkomt en iedereen die met gezinnen werkt dit kan tegenkomen: we weten dat 1 op de 3 vrouwen en 1 op de 6 mannen een vervelende seksuele ervaring heeft gehad. In 90% van de gevallen is die seksuele ervaring met een bekende geweest, zoals een gezins- of familielid. Kortom; er was (en is) een heel groot ‘dark number’ van zowel daders als slachtoffer van intrafamiliair misbruik.
“Hoe gaat een gezin nou verder?”
Mijn interesse ligt bij de vraag hoe een gezin doorgaat na zo’n ervaring. Ergens komt er wel een nieuw evenwicht en zorgen gezinnen vaak zelf voor een vorm van veiligheid maar daar komen soms ook hele nare situaties uit voort. Het is altijd een ingewikkeld proces als er iets gebeurt zoals broer-zus of ouder-kind misbruik. Hoe ga je nu verder om met vertrouwen en veiligheid als je broer jou heeft misbruikt en hoe gaat bijvoorbeeld je moeder om met die broer? En hoe gaat dat als er incest tussen stiefkinderen is geweest? Er zijn heel veel ingewikkelde processen die een rol spelen binnen een gezin dat zoiets meemaakt.
Heel vaak wordt er geen aangifte gedaan en er is ook lang niet altijd sprake van een goede behandeling voor daders en voor slachtoffers, laat staan voor het hele systeem. Bij De Waag zien we mensen in een forensische setting en weten we waarom mensen bij ons komen maar andere hulpverleners kunnen een gezin zien voor heel andere problematiek en dan kan misbruik ineens opeens op tafel komen, ook als het al van jaren geleden is.
Ons team bij De Waag wordt niet vaak benaderd door systeemtherapeuten die een gezin in behandeling hebben terwijl het ons dagelijks werk is om bezig te zijn met veiligheid. Ik vraag me vaak af hoe gezinnen hun evenwicht weer vinden, zeker als er geen daderbehandeling of slachtofferbegeleiding plaats heeft gevonden.
En hoe doen wij dat als systeemtherapeuten als we deze gezinnen in onze praktijk krijgen? Hoe bouwen we goede therapeutische relaties met alle gezinsleden op? Waarop baseren we onderwerpen als veiligheid en vertrouwen? Ik hoor regelmatig van collega’s dat zij zoveel moeite hebben met het onderwerp dat het onbesproken blijft. Ik denk niet dat het daarvan veiliger wordt.
Samenwerking en systemisch werken
We hebben bij De Waag regelmatig en gelukkig in toenemende mate contact met andere instanties, zoals bijvoorbeeld ‘Stop it Now’ waar mensen zichzelf of hun gezinsleden kunnen aanmelden, maar ook steeds meer met specialistische organisaties die slachtoffers begeleiden. We proberen daarbij steeds meer systemisch te werken, dus samen te kijken naar wat het hele gezin van ons als hulpverleners nodig heeft. Hoe zorgen we allereerst voor veiligheid van alle gezinsleden en daarna: hoe kunnen we de gezinsleden emotioneel goed begeleiden? Kunnen ze hun boosheid kwijt, hun teleurstelling?
Het maakt mijns inziens, voor het kunnen uiten van emoties, een groot verschil of een trauma binnen of buiten het gezin plaatsvindt. Binnen een gezin heb je te maken met dilemma’s als: hoe ga je door als je misbruikt bent door je vader en je moeder weet ervan maar kiest ervoor bij je vader te blijven? Je broer weet ervan maar zegt er nooit iets over? Hoe doe je dat dan als slachtoffer?
HET antwoord op de vragen die ik mezelf stel, is er niet. Het is voor iedereen, voor ieder systeem, zo’n andere situatie dat er niet één antwoord is. Allereerst moeten we zorgen voor een veilige situatie en daarna kijken we naar vragen als: wat heeft een slachtoffer nodig van de pleger? Hoe kunnen we zorgen voor goede interacties tussen slachtoffer en pleger? En wat heeft het systeem als geheel nodig om verder te gaan?
Op de studiedag van de sectie Forensische Systeemtherapie, op 8 oktober, zoom je specifiek in op jeugdige plegers die een licht-verstandelijke beperking of stoornis binnen het autistisch spectrum hebben. Kun je daar iets meer over vertellen?
Ik vind het gegeven van de beide beperkingen een interessant aspect binnen het kader waarin ik werk. Een verstandelijke beperking of ASS zorgt voor nog weer een heel andere dynamiek binnen een gezin. Is seksueel misbruik gepleegd door iemand met een verstandelijke beperking minder erg dan misbruik gepleegd door een iemand zonder beperking? Het kan van hem een preoccupatie zijn met iets dat zich weliswaar vertaalt in seksueel grensoverschrijdend gedrag maar voor hem totaal niet seksueel is. Hoe voelt een slachtoffer zich dan en is er voldoende ruimte voor die positie? Hoe wordt er door andere gezinsleden op gereageerd?
Als professional krijg je ook te maken met andere dynamieken: wat doe je als een jongere met autisme bijna niets zegt? Of als hij of zij slechts heel oppervlakkige antwoorden kan geven? Hoe werken processen en interacties dan binnen verschillende gezinnen in verschillende situaties en wat heeft iedereen nodig?
Dat is voor mij het interessante en uitdagende van de systeemtherapie: ieder systeem is anders en heeft andere behoeftes. Ik denk dat een goede forensische behandeling gericht op het voorkomen van recidive daarbij heel belangrijk is. Over het geheel van de behoeftes ga ik graag met deelnemers in gesprek.
Hier vind je het programma en meer informatie over de online studiedag Systeemtherapie en Jeugdige Zedenplegers.